Uitspraak rechter biedt kans om Energieakkoord in lijn te brengen met internationale afspraken

Jan Paul van Soest in het FD, 29 juni 2015

Zelfs de initiatiefnemers bij actieorganisatie Urgenda waren verrast over de uitspraak van de rechter in de klimaatzaak die ze tegen de Staat hadden aangespannen. Dat de rechter de Staat gelastte meer en snellere maatregelen te nemen hadden weinigen zien aankomen. En de Staat zelf leek met die uitkomst al helemaal geen rekening te hebben gehouden.

Maar wat nu? Meestal voert de Staat uitspraken van een rechter netjes uit, ook als hoger beroep wordt ingesteld. En laten we wel zijn: de verdergaande emissiereducties die de rechter heeft opgelegd zijn ook goed te halen. Bijvoorbeeld via een krachtig isolatieprogramma voor woningen, het verlagen van de maximumsnelheid, herinvoering van de onlangs afgeschafte belastingen op kolen en het doorvoeren van nog een paar vergroeningsmaatregelen bij de herziening van het belastingstelsel. Een deel daarvan komt neer op het terughalen van effectieve maatregelen die in de afgelopen jaren zijn afgeschaft. De verkeersbordjes 80 en 120 km/u liggen vast nog wel ergens op de plank.

Die koers kan worden ingezet, ook als de Staat zoals verwacht in beroep gaat. Dat zal dan eerder op juridisch-formele dan op inhoudelijke gronden gebeuren. De rechter heeft de Staat immers zo hard met zijn eigen veelvuldig onderschreven klimaatargumenten om de oren geslagen, dat de Staat nu moeilijk zijn eigen eerdere betogen kan aanvallen. De kern is dat de Staat nalaat zijn eigen prima onderbouwde toezeggingen gestand te doen. Die route lijkt afgesloten.

Maar de Staat zal wel tot op het bot uitgebeend willen zien waar de juridische grenzen lopen als klemmende maatschappelijk en politieke vraagstukken in de ogen van burgers onvoldoende worden aangepakt. Want er zijn wel meer dossiers die politiek vastzitten en die wellicht via de rechter opengebroken kunnen worden, uiteenlopend van de falende bescherming van de biodiversiteit tot en met onuitvoerbare procedures voor asielzoekers. De overheid zal doorgaans liever zelf beleid willen maken dan af te wachten welke maatregelen nu weer door een rechter worden opgelegd.

De paradox is echter dat de klimaatzaak bij de rechter is neergelegd omdat de overheid als beleidsmaker faalde. Niet in woorden — voornemens en plannen te over — maar in daden: de Staat verzuimt zijn ambities waar te maken met adequate maatregelen. Het SER-Energieakkoord komt in wezen voort uit het zelfde vacuüm als de klimaatzaak: de behoefte van burgers en hun organisaties om beleid te maken als de politiek het laat afweten.

Sinds ongeveer Paars-II hebben achtereenvolgende kabinetten een puinhoop van het energiebeleid gemaakt. Ook hier: fraaie doelen, maar onvoldoende en voortdurend wisselende maatregelen, waardoor de doelen niet worden gehaald.

Het maatschappelijk middenveld heeft gereageerd door zelf een uitvoeringsprogramma te maken, aanvankelijk trouwens tegen de zin van de politiek in. Nu valt ook op de maatregelen van het Energieakkoord wel het een en ander aan te merken. Onder meer D66-kamerlid Stientje van Veldhoven vroeg zich onlangs af of ze de rariteiten in het Energieakkoord (zoals de afgeschafte kolenbelasting die tot meer CO2-uitstoot leidt) niet zou moeten corrigeren.

De uitspraak van de rechter in Urgenda-zaak is bij uitstek de aanleiding om de onderhandelaars die het Energieakkoord hebben gesloten in de gelegenheid te stellen dit akkoord deze zomer te herzien. Door de eerdere weeffouten eruit te halen én het akkoord in lijn te brengen met de internationale klimaatafspraken en zo ‘rechtbank-proof’ te maken. Daarna kan de politiek zo’n maatschappelijk akkoord de zegen geven en de overeengekomen plannen wettelijk vastleggen.

Onder druk wordt alles vloeibaar. Kennelijk is juridische druk nodig om Nederland van de staart van het klimaatpeloton weer in de middenmoot of wie weet zelfs in de kopgroep te brengen.

Jan Paul van Soest is partner bij De Gemeynt