Jeroen Groot, 2 juni 2015

Het moet de volgende stap worden voor duurzame beleggers: impact beleggen. Niet alleen ‘foute’ beleggingen zoals fabrikanten van clusterbommen uitsluiten, maar er voor zorgen dat het belegde vermogen ook daadwerkelijk bijdraagt aan een betere wereld. Het marktaandeel van impactbeleggingen is nog klein maar wel groeiende, en vermogensbeheerders en institutionele beleggers proberen hierop in te spelen. Maar dat blijkt vaak lastiger dan gedacht.

Het begint al bij de definitie: wat is precies een impactbelegging? Microkrediet en windmolens worden vaak als voorbeelden aangehaald. Daarmee worden mensen uit de armoede getrokken of het gebruik van fossiele brandstoffen teruggedrongen. Bij een windmolenpark is nog vrij eenvoudig na te gaan hoeveel stroom het heeft opgeleverd, maar of het microkrediet op de lange termijn bijdraagt aan de doelstelling is al moeilijker te meten. Bovendien gaan met al dat gespecialiseerde meetwerk vaak de kosten omhoog.

De groei en dilemma’s rond impactbeleggingen zijn goed te illustreren met de uitgifte van ‘groene’ obligaties. Dat zijn obligaties die bedoeld zijn voor het financieren van specifiek duurzame projecten. De uitgifte verdriedubbelde in 2014 naar €37 mrd, volgens non-profitorganisatie The Climate Bonds Initiative. Een forse groei, maar op de totale markt gezien nog steeds bijna niets: groene obligaties zijn nu goed voor 0,2% van de wereldwijde obligatiemarkt. De verwachting is dat het totaal aantal uitgiftes dit jaar op €100 mrd uitkomt.

Kredietbeoordelaar Moody’s denkt ook dat de markt zal blijven groeien, maar wijst in een recent rapport ook op de gevaren van ‘greenwashing.’ Er zijn wel criteria waar groene obligaties moeten voldoen, maar die zijn vooralsnog vrijwillig.

De ambities aan de aanbodkant voor impactbeleggen zijn intussen groot. PGGM, de pensioenuitvoerder van het op één na grootste pensioenfonds PFZW, investeerde in 2014 €4,7 mrd in oplossingen voor onder meer klimaatverandering en waterschaarste. Dat is nu nog 3% van het totaal belegd vermogen, maar het pensioenfonds heeft zichzelf ten doel gesteld dat percentage te verviervoudigen in de periode tot en met 2020. Ook ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, kondigde vorig week aan dat het de de lat bij verantwoord beleggen ook hoger wil gaan leggen, maar komt pas deze zomer met concrete doelstellingen.

Volgens woordvoerder Maurice Wilbrink van PGGM sluit het aanbod van deze relatief nieuwe vorm van beleggen nog niet aan op de vraag: ‘Het zijn vaak kleine projecten, en die zijn voor een pensioenfonds niet geschikt. Er moet een bundeling gaan plaatsvinden.’

De worsteling van de markt werd maandagavond ook zichtbaar bij de discussie in Newsroom Beurs, het maandelijks beurscafé van Het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio. Martine Hafkamp, algemeen directeur van vermogensbeheerder Fintessa, wees op de vaak geringe liquiditeit van impactbeleggingen. ‘Mijn klanten willen graag snel over hun geld kunnen beschikken.’

In de zaal van het Amsterdamse café-restaurant Dauphine ontspon zich een discussie over het nut van het uitsluiten van bedrijven zoals Shell. Omdat impactbeleggen vooral wordt geassocieerd met jonge bedrijven die de wereld groener en beter willen maken, valt olieconcern Shell al snel af. Mark van Baal van de organisatie Follow This riep de aanwezigen juist op om aandelen Shell te kopen. ‘Shell heeft de miljarden en de kennis om vol in te zetten in duurzame energie. Als aandeelhouder kun je daar invloed op uitoefenen.’

Het is een strategie die ook de grote pensioenfondsen, naast de aandacht voor impactbeleggen, voorlopig lijken te omarmen. Pensioenfondsen ABP en PFZW spraken zich onlangs uit tegen de plannen van Shell om in het noordpoolgebied naar olie te gaan boren. De pensioenfondsen vinden boringen in het poolgebied een te groot risico voor het milieu en het bedrijf zelf.