Financieele Dagblad | 4 november 2016

Deze vrijdag, nog geen jaar nadat in Parijs bijna 200 landen overeenstemming bereikten over de aanpak van klimaatverandering, is het ‘Parijs-akkoord’ officieel van kracht geworden. Dat is ongekend snel en illustreert de eensgezindheid en vastberadenheid in de wereld om de uitstoot van schadelijke broeikasgassen aan te pakken.

‘Parijs’ en daaropvolgende milieumaatregelen van landen gaan de komende jaren verstrekkende gevolgen hebben voor een groot aantal sectoren, de olie- en gassector voorop. Toch lijkt juist die industrie zich daarover nog niet heel erg druk te maken.

De vijf grootste oliemultinationals publiceerden de afgelopen weken kwartaalresultaten, maar de invloed van de klimaatmaatregelen speelde geen enkele rol in de communicatie over de cijfers. Shell repte met geen woord over investeringen in duurzame energie.

‘Shell doet alsof het klimaatakkoord van Parijs en duurzame alternatieven niet bestaan’, reageert Mark van Baal verbaasd. Hij is oprichter van Follow This, een groep aandeelhouders die Shell oproept meer te investeren in duurzame energie.

Ook voor de financiële wereld speelde de invloed van ‘Parijs’ afgelopen week geen rol. Tijdens conference calls met analisten van ’s werelds grootste zakenbanken hoefden de bestuurders van de vijf grootste oliemultinationals ter wereld niet één vraag hierover te beantwoorden.

Goed. Geen vragen dus over klimaatverandering gedurende het kwartaal. Toch sijpelen de gevolgen van de energietransitie intussen wel degelijk door in de kwartaalresultaten. Shell schreef het niet expliciet, maar onthulde na vragen van het FD dat een last van $420 mln in het afgelopen kwartaal een direct gevolg is van de invloed van duurzame energie. Die is in Spanje zo goedkoop geworden dat een bestaand langetermijncontract voor de levering van gas door Shell niets meer waard is geworden. Of en hoeveel van dergelijke contracten Shell nog meer heeft lopen en wat de risico’s daar van zijn, wil het bedrijf niet zeggen.

En dan was er nog de uitspraak van financieel directeur Simon Henry van Shell, die verwacht dat de vraag naar olie ergens over vijf tot vijftien jaar gaat pieken. Daarna treedt de daling in. Die uitspraken zijn ook voor beleggers op korte termijn relevant voor het toekomstperspectief van oliebedrijven.

Ondanks de afzwakkende resultaten is er bij ExxonMobil of Shell geen acute financiële nood. Dat geldt ook voor Chevron, BP en Total. Maar zolang bedrijven aanhoudend minder geld verdienen dan ze uitgeven aan investeringen en dividend, hebben ze voor een echt blijvend herstel van hun resultaten een hogere olieprijs nodig.

Opvallend, vindt Van Baal dat, want de huidige ‘lage’ olieprijs zou helemaal geen probleem moeten zijn voor multinationals. Shell boekte in 2004 en 2005 recordwinsten, toen de olieprijs op hetzelfde niveau of zelfs lager stond dan nu.

‘Dat Shell nu wél een probleem heeft bij een prijs van $50 komt omdat de winningskosten in de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld zijn’, aldus Van Baal, die zich hierbij baseert op onderzoek van zakenbank Barclays. ‘De kosten van duurzame alternatieven zoals zonnepanelen zijn in dezelfde periode twee keer gehalveerd. Het is een niet te winnen strijd tegen duurzaam. Wanneer Shell toekomstbestendig wil worden, bij elke olieprijs, zal het grootschalig moeten gaan investeren in duurzame energie.’

Lees het hele artikel van Bert van Dijk in het Financieele Dagblad