Financieele Dagblad | 21 september 2015

Olie- en gassector maakt nu dezelfde inschattingsfout als de Duitse elektriciteitssector met de ‘Energiewende’ in de jaren negentig

Door Mark van Baal

Ceo’s in de olie-industrie zouden het interview met Peter Terium, ceo van elektriciteitsbedrijf RWE (FD 12 september), als leerstuk boven hun bureau moeten hangen. Want de Europese elektriciteitssector heeft de richting waar de elektriciteitsvoorziening heen ging verkeerd ingeschat en zit nu op de blaren. Elektriciteitsbedrijven verloren in de afgelopen jaren de helft van hun beurswaarde.

De olie- en gasindustrie dreigt nu dezelfde fout te maken. Terwijl oliebedrijven op steeds grotere diepten en in steeds onherbergzame oorden naar steeds duurdere olie zoeken, wordt duurzame energie steeds goedkoper. Bovendien lopen ze het risico dat hun investeringen stranden als overheden hun belofte om de opwarming van de aarde te beperken tot twee graden Celsius omzetten in beleid.

‘De Energiewende is overhaast doorgevoerd’, verklaart RWE-topman Terium de noodtoestand bij zijn onderneming in een interview (FD 12 september). Overhaast? De Energiewende is begonnen in 1990 en in 2000 in een stroomversnelling gekomen door toedoen van het Duitse parlementslid Hermann Scheer. Sinds die tijd krijgt iedere Duitser die een zonnepaneel of een windturbine plaatst, het prijsverschil met fossiele elektriciteit vergoed via de zogenoemde Einspeisegesetz (terugleverwet). Terwijl Duitse particulieren en ondernemers sindsdien massaal investeerden in zonnepanelen, bleef RWE doorgaan met het bouwen en kopen (Essent) van kolencentrales.

De Duitse boeren bijvoorbeeld (Terium: ‘wie heeft de meeste zonnepaneeltjes op zijn dak liggen?’) toonden zich ware ondernemers. Dankzij de massaproductie die de Energiewende op gang bracht, ging de kostprijs van zonnepanelen exponentieel omlaag en de het geïnstalleerde vermogen omhoog. Het kostprijsverschil tussen duurzaam en fossiel en daarmee de terugleververgoeding daalde van meer dan een halve euro tot minder dan een dubbeltje per kilowattuur. Binnenkort is er geen terugleververgoeding meer nodig omdat zonnestroom goedkoper is geworden dan fossiele stroom.

RWE deed nauwelijks mee aan de Energiewende en klaagt nu over goedkope zonne- en windstroom terwijl het net als alle andere Duitsers het verschil in kostprijs had kunnen laten subsidiëren.

Aanvankelijk voorzagen weinigen de verstrekkende gevolgen van de Duitse Einspeisegesetz (de eenwording eiste veel aandacht op), maar na 2000 werd duidelijk dat de Duitsers de energietransitie eigenhandig vlot trokken.

Er zijn uiteraard kanttekeningen te plaatsen bij het Duitse energiebeleid. Om de subsidies te financieren betalen Duitse huishoudens maandelijks zo’n dertig euro meer dan Nederlandse gezinnen voor hun elektriciteitsrekening. Wispelturig is het beleid echter niet te noemen. Terwijl de Nederlandse politiek een zwalkend energiebeleid voerde, hielden de Duitsers consequent vast aan de ingezette koers. Dat RWE in de jaren negentig hoopte dat het niet zo’n vaart zou lopen, is begrijpelijk, maar dat RWE de Energiewende pas in 2011 is gaan inzien, is wel erg laat.

RWE steekt de hand echter niet in eigen boezem. Terium: ‘We hadden de politiek niet moeten vertrouwen.’ RWE had de politieke weg die in 1990 werd ingeslagen juist wel moeten vertrouwen. De beurskoers van RWE staat op het laagste niveau in 25 jaar. Ironisch genoeg is die kwarteeuw precies de tijdspanne waarin de Energiewende zich voltrekt.

De wereldwijde olie-industrie staat nu voor dezelfde keuze als de Duitse elektriciteitsindustrie in de jaren negentig. Meedoen met de door burgers en overheden gewenste energietransitie naar een duurzame energievoorziening of hopen dat het wel overwaait.

Laat ze het interview met Peter Terium boven hun bureau hangen en het volgende citaat onderstrepen: ‘Groene energieopwekking zou nog lange tijd duur blijven.’

Mark van Baal is oprichter van Follow-This, een beweging van aandeelhouders Shell die willen dat Shell overstapt op duurzame energie.